De slaapgewoontes van onze voorouders

De slaapgewoontes van onze voorouders

Slapen doe je natuurlijk het liefst in een comfortabel bed, op een zacht hoofdkussen en onder een knus dekbed. En wil je het helemaal goed doen, dan probeer je te voldoen aan het slaapadvies van acht uur slaap per nacht. Maar was dit ook hoe onze voorouders sliepen? Een korte geschiedenis der slaapgewoontes!

Slapen op de grond

Vroeger moest men het met heel wat minder comfort doen als het op slapen aankwam. In de oertijd sliep je eenvoudigweg op de grond en bedekte je jezelf met dierenhuiden. De oude Egyptenaren brachten de nacht door in een houten bed met neksteun. Men sliep op de zij en liet het hoofd op de harde steun rusten. In het Romeinse rijk sliepen de armen simpelweg met een deken op de grond of op het stro, terwijl de rijken het beter hadden en in een houten bedje met een matras van veren sliepen.

De oude Egyptenaren brachten de nacht door in een houten bed met neksteun.
De oude Egyptenaren brachten de nacht door in een houten bed met neksteun.

Bedstee

De Middeleeuwen werden gekenmerkt door het hemelbed en de bedstee. Een hemelbed, bedekt met hangende gordijnen, was een echt pronkstuk, terwijl je de bedstee vooral op boerderijen zag. Deze houten kast met deuren was vaak eenvoudig en sober, maar ook luxere uitvoeringen met houtsnijwerk kwamen voor. Een bedstee was vaak erg klein, enerzijds omdat mensen gewoon klein waren, anderzijds omdat men vaak zittend sliep. Liggend slapen, zo geloofde men, zou ervoor zorgen dat het bloed naar je hoofd liep en je misschien wel nooit meer wakker zou worden.

Een slaapkamer zoals deze in de Middeleeuwen gewoon was bij de rijken.
Een slaapkamer zoals deze in de Middeleeuwen gewoon was bij de rijken.

Eerste en tweede slaap

Misschien wel het meest opvallende aan vroegere slaapgewoontes is de duur van de slaap. De historicus Roger Ekirch ontdekte dat men een ‘eerste’ en ‘tweede’ slaap had. Nader onderzoek wees uit dat onze voorouders in twee delen sliepen: na zonsondergang sliep je ongeveer 4 uur, waarna je een uur of twee wakker was. In deze uurtjes deed men van alles: het huishouden, iets lezen, vrijen of de buren bezoeken. Vervolgens begon je aan de tweede slaap, die ook ongeveer 4 uur duurde. Een slaappatroon dat ons vreemd in de oren klinkt, maar volkomen normaal was voor onze voorouders!

Vandaag de dag

Het huidige slaapadvies van 8 uur aaneengesloten per nacht is dus het grootste verschil met de slaapgewoontes van onze voorouders. Hoe komt het dat we niet meer, zoals vroeger, in twee delen slapen? In de Middeleeuwen was de nacht het domein van criminelen en dus niet veilig. Je ging dan ook slapen zodra het donker werd. In 1667 werd Parijs als eerste voorzien van straatverlichting. Vele steden volgden, waardoor de nacht niet meer duister was en je dus later ging slapen. Daarnaast moest men door de industriële revolutie langere dagen werken, waardoor meer slaap gewoon broodnodig was. De ‘slaappauze’ verdween en het slaappatroon werd meer en meer zoals wij dat vandaag de dag kennen.

Wat in al die eeuwen waarschijnlijk hetzelfde is gebleven, is onze voorliefde voor slapen en het bed, zoals uit dit citaat uit 1882 blijkt:

‘Het bed, mijn vriend, is heel ons leven. Daar wordt men geboren, daar bemint men, daar sterft men. Niets is van betekenis buiten het bed.’


 

Vorig artikel
Volgend artikel